Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLVII. boek.

2 VADERLANDSCHE

der Capellen tot Bevelhebber van Gomichem aangefteld. Hy vindt Gomichem niet in ftaat van Verdeedigbaarheid. Voorzieningen door hem aangewend. Zyn bedryf toen men hem van de komst der Pruisfen verwittigde. Onderhoud met den Pruisfifchen Bevelhebber. Op welk een voet hy daadigt. Burgerhulpbenden wyken ter Stad uit. De Hertog van Brunswyk neemt bezit van de Stad Van der Capellen verdeedigt zyn gehouden gedrag. Gevangen na Nymegen gcbragt. Na Wezel gevoerd. Zyne Gevangenis, S'aaking, en Dood. Vtrklaaring van Capellen tot de Marsch wegens dit gebeurde. Valfche Ophef door de Pruisfen gemaakt, wegens de de Verdeedigbaaren ftaat van Gomichem Verwoestingen en Plunderingen daar aatigerigt. Mishandelingen daar omftreeks door de Pruisfen. Schikkingen door den Hertog te Gornichem gemaakt. Naamloos Gefchrift tegen eenige Amfierdamfche Regenten. Het baarde seene uitwerking op de Regeeringsverhezing. Wat V wyders te doen viel Ongerustheid daar ter Stede, wegens verfcheide Omwerpen, en befluit van eenige Krygsraadskden. VoorRellen op het Stadhuis aan Burgemeester Hooft gedaan door de menigte. Gunftig door hem beantwoord. Optocht van Krygsraads- en Societeitskden na het Stadhuis. Overleevering van een Adres. Hoe door Hooft, Dedel en Beels beantwoord. Sterke taal van Burgemeester Hooft. Welk eene uitwerking die baarde. Het Stuk des Krygsraads ter Vroedfchaps Vergaderinge overgeleeverd. Ongeduldigheid om antwoord. Hoe het op

Sluiten