Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. 25

Van der Capellen, die, zo ras hy van den Onder-Major, de Opeifching der Stad verftondt, aan den Collonel van Sternbach last gegeeven hadt om den uittocht zo te beraamen, dat hy zich na het Veer van Papendrecht zou begeeven, om, zo 't mogelyk was, Dordrecht te hulp te fchieten, met het'lot der Burger-hulpbenden begaan, verzogt, dat alle de Burgeryen van andere Steden, een ieder na de zynen mogten terug keeren; en dat hy, dit geweigerd wordende, zyn Perfoon hem aanboodt en overgaf;' mits het Goed en Bloed der braave, doch ongelukkige Burgeryen, in Gomichem voor Plundering bewaard bleef. i Dit werd hem toegedaan, mits geen Gewapend Perfoon zich uit de Stad begaf, allen de Wapens nederlagen, en alle Krygs- en Levens - voorraad overgeleverd wierd.

Dit alles beloofde van der Capelien, voor zo verre hy er meester van was, onmiddelyk te zullen bevelen. Overeenkomftig hier mede zeide hy een Officier van Rotter damfche Burger-hulpbenden, die zich by zyne terugkomst, nog aan de Dalemfche Poort bevondt, niet te moeten vertrekken, dat alle Gewapende Manfchappen thans in Gorntchem, nevens hem, Krygsgevangenen waren; ook droeg hy zorg, om dit aan allen, die zich nog in de Stad bevonden, te laaten aanzeggen.

Terwyl deeze Onderhandeling voorviel, l aan de eene zyde der Stad, openden de | Burger-hulpbenden, vol fchrik, aan de an- v B 5 dc-

XLVII. li o EK.

1787. Op welk een vott hy daadigt

)e Eur. er huwenden/yken

Sluiten