Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. P31

„ Zy betuigen, voor een Alweetend „ God, en op den Eed, dien zy by den „ aanvang hunner Bedieninge gedaan heb„ ben, hier mede niets anders te hebben „ beoogd dan de voorkoming van de al,, lergedugtfte en onherllelbaare Omkeering „ van deeze Stad.

„ Terwyl zy, daar men al het overige „ heeft toegegeeven ten minften dit nog „ tragten en hoopen zullen te behouden, „ dat de Rust en Veiligheid in deeze volk-

ryke Stad ongefchonden bewaard blyve; 9, waar toe zy vertrouwen, dat de braave „ Burgery, welke daar toe, tot nu toe, „ zulke loflyke poogingen, met eenen on„ vermoeiden yver, heeft aangewend, die 9, zelfde poogingen en yver zal blyven aan„ wenden, tot 'bevordering en behoud van „ de Rust in deeze Stad; ten einde een

ieder, hy zy wie hy zy, voor allen Ge„ weid en Overlastte beveiligen."

Misnoegen liet zich op veeier gelaad zien, morren uit veeier mond hooren, op het leezen deezer inwilligende Verklaaring, die hoogst gewraakt werd by eenigen van den Krygsraad, van de Geconftitueerden, en in 't algemeen by de Leden der BurgerSocieteit. Terwyl anderen zich des verheugden , en daar in een einde zagen aan de over 't hoofd hangende jammeren.

Deeze eigenile Verklaaring baarde eene vreemde uitwerking in 'sGraavenkaage, toen ' de meergemelde Afgevaardigden van Am- j fterdam op nieuw in Onderhandeling fton-, den te treeden met de Gelastigden uitj P 4 Staa-1

XLVIII.

Bo EK.

Hoe opgevat.

Dit

•rengt :ene geleele'erandeine: in Ie Haag-

Sluiten