Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxvm VOORREDE.

delen, of tot nog erger middelen de toevlugc neemen.

Hij, die alleen aan zijne allernoodzaaklijkfte behoeftens kan voldoen, zonder in- ftaat te zijn van, boven dezelve, eenige aangenaamheden te genieten, verdient den naam van behoeftig.

Hij, die zig niet alleen de noodzaaklijke, maar tevens de aangenaame behoeftens van het leven kan verfchaffen, draagt den naam vaii . 'welvaarend.

En eindelijk hij, wiens ruime omftandigheden hem het genot niet alleen van de noodzaaklijke en aangenaame, maar ook van de overtollige behoeften toelaaten, wordt rijk ge*, naamd.

- Het fpreekt van zelve, dat alle deeze onderfcheiden omftandigheden weder derzelver onderfchciden trappen hebben, en dat even gelijk de armoede tot dién rampzaligen trap kan daa. len, dat men van ellende en gebrék vergaat, men niet alleen zo ook minder of meerder behoeftig, minder of meerder welvaarend kan zijn, maar dat ook de rijkdom tot eene onbepaalde hoogte kan opklimmen.

Men kan dus den rijkdom befchrijven, als het ' bezit van voldoende middelen tot een ru>m genot van alle. die noodzaaklijke, aangenaame.

en

Sluiten