is toegevoegd aan uw favorieten.

Naspeuringen over de natuur en oorzaaken van den rijkdom der volkeren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

B O E K.

V.

HOOFDST.

!

[34 R IJ K D O M

De wezenlijke waarde van ijdere zaak, voor den geènen, die dezelve bezit, doch zig de-

zel-

„ van eene rivier, het water eene waardij heeft, „ maar: zo gering als mooglijk is, om dat het „ daar oneindig overtollig is boven onze behoef„ ten. In eene dorre heide in tegendeel heeft het „ zelve eene groote waardij, en men berekent „ dezelve naar maate van de verafgelegenheid, „ en moeilijkheid, om hetzelve te bekomen — in ,, zodanig geval zou een afgedwaald reiziger gaar. „ he honderd ducaaten geeven voor een glas walt ter, en dit glas water zou de waardij hebben „ van honderd ducaaten," enz. En een weinig laager:

„ Arbeiden is werken om eene zaak te verkrij* ,, gen, welke men noodig heeft. Een daggelder, 1, die in mijn tuin werkt, arbeidt dus, om het „ daggeld te winnen, 't welk ik hem beloofd „ heb, en men moet in het oog houden, dat zijn £ arbeid begint, zo dra hij de fpade in den grond ,, fteekt; want, enz. . Na deeze voorafgaande „ aanmerkingen,' zeg ik, dat j wanneer ik ver van ,, eene rivier ben, het water mij de daad kost, „ van hetzelve te gaan haaien, een daad, welke „ een arbeid is, om dat dezelve gefchiedt om mij „ eene zaak te bezorgen, welke ik noodig heb — , en wanneer ik op den oever van eene rivier , ben, dan kost het water mij- de daad van te „ bukken, om het te fcheppen —> een daad, wel. , ke zekerlijk een zeer geringe arbeid is, dit fta , ik toe, zelf minder, dan het in den grond ftee-

ken van de fpade, maar ook heeft het water a dan de rainstraoóglijke waardij»

j» Hes