Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE.

147

„ de Heer Potty Turcq , mede behoor„ de begreepen te worden." In de beven bygebragte Afwyzingvan Regenten en Penfionaris, wordt zyn naam niet vermeld. Het febynt dus, dat de Staaten van Zeeland diens zaak als van eene andere natuur befchouwden.

Ds toedragt van de zaak diens Raadsheers, zal hier licht kunnen geeven. Wanneer 'er, naar aanleiding eens Üriefs der Staaten van Holland, het ontflag van den Heer van Spaan , als Raadsheer van den Hoogeh Raad, meldende, als mede op een nader fchryven van den zelfden Raad, by Staaten van Zeeland geraadpleegd werd, over een Verflag door derzelver Commisfarisfen, over die twee Brieven uitgebragt, waren de Staatsleden verre van eenftemmig. Het verflag bragt mede, ,, dat aan

het verzoek der Staaten van Holland, „ tot Intrekking der Commisfie van den ,, Raadsheer van Spaan, behoorde vol„ daan te worden, en dat 'er, ten aan„ zienevanden Raadsheer Potty Tubcq,

geene mindere redenen waren, om diens „ Commisfie in te trekken, zo uit hoof„ de van de volduurende verlaating van

zyn Post, als ook inzonderheid, van „ wegen deszelfs bekende handelwyze te „ Brusfel, betrekkelyk de Perfoonen, die, „ uit de Republiek derwaards gevlugt, „ zich na Frankryk begaaven, welk aan„ gaande door den Minister Hop, wet„ tige befcheiden aan hun Hoog MogenK a „ den

LXV. 6 O BK.

1789.

Hoe zyne zaak behandeldwordt.

Sluiten