Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0io VERHANDELING over be

gebleeven verdorvenheid , ligtelijk verontrust worden door nijdigheid, wanneer zij den voorfpoed der godloozen zien; Zo wordt ook hunne gemoedsrust ligtelijk gedoofd , en hun hart beroerd door beweegingen van wraakzugt, wanneer dezelve, op hunnen voorfpoed ftout, door den haat, dien zij tegen de regtvaardigen hebben , zig zoo verre laaten vervoeren, dat Zij dezelve allerlei kwaad doen , en op alle mogelijke Wijze het leeven bitter maaken. Tegen deeze ongefteldheid vindt de welgeftelde godsdienstbelijder, die op de vereischte wijze werkzaam is met het leerftuk def toekomende Waereld , een kragtig tegengift in hetzelve* Daarop ziet de nadrukkelijke vermaaning van David, Pf XXXVII: 8, 9. Laat af van toorn en verlaat de grimmigheid; en ontfteekt a niet, immers niet om kwaad te doen; want de boosdoenders zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwagten zullen de aarde erfiijk bezitten. Deeze vermaaning in agt neemende , verblijft hij , met eene flille gemoedsgefteldheid, aan die regtsoefening van God, van welke Paulus fpreekt , 1 Thesf I: 6, 7. Alzo het regt is bij God, verdrukking te vergelden den geenen , die u verdrukken; en u, die verdrukt wordt, ver* Jtwikking met ons in de openbaaring van

Sluiten