Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE. 103

ken, door hun verzogt, geweigerd, zou men het daar voor houden, dat de Finantie van zodanig eene Provincie zich niet bevondt in dien ftaat, dat dezelve zich, uit dien hoofde, aan haare verpligting omtrent het Bondgenootfchap kon onttrekken; en dat dezelve derhalven, door de middelen van Dwang, hier boven vastgefteld, zou worden verpligt haar aandeel in de bepaalde Lasten op te brengen. Zodanig eene Bezending zou uiterlyk binnen vier maanden aan hun Hoog Mogenden verflag moeten doen van het door hun verrigtte, en die Provincie inmiddels moeten voortgaan met te betaalen, tot dat uit het ingediende Verflag der Bezendinge zou blyken, dat zy daar toe niet in ftaat was; wanneer voor die Betaaling, welke niet uit Onwilligheid, maar uit Onvermogen ontftondt, door de overige Bondgenooten zou worden gezorgd, en die Provincie te gemoet gekomen in de Betaaling, welke zya by voorraad, geduurende de vier voorfchreeve Maanden zou hebben gedaan; het zy met die Betaaling Quotaswyze over de Bondgenooten te verdeden, of wel door zodanige andere middelen, als waar over

men dan nader zou overeenkomen.

En ingevalle die Afgevaardigden mogten bevinden, dat de Provinciën, wier Finantien door hun onderzogt, tot het doen der geweigerde Betaalinge in ftaat zyn,zullen zy, in hun Verflag moeten opgeeven, welke middelen door zodanig eene Provincie of Provinciën moesten worden aangewend.

L s In-

LXXI.

BOEK,

Sluiten