Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegenstrydicheden. Hoofdft. VII. 25

Ichynlykst dus op te vatten, alle volken dienden hunne Goden onder zekere bepaalde namen ; Mofes vraagt, welken Naam God als Israëls God voeren zal, en God geeft hem daartoe den naam Ehjeh en Jehovah, op deeze wy' ze was die naam te voren niet in gebruik geweest by de Vaderen, maar voortaan zal Israël God als zynen God Jehovah met eenen eigen naam noemen. — De eerfte plaag over Egypte gebragt, was, dat alle wateren bloed wierden Exod. VII. 19, 20. maar hier ryst eene zwarigheid : van waar hadden dan de Egyptifche Toveraars hun water, dat zy insgelyks veranderden vf. 22.? Hier maken de Deïsten eenen grooten ophef van Tegenftrydigheid, doch vergeefs ! Het water, door deeze plaag getroffen, was het Nylwater, in de riviere zelf, in alle de groote en kleine kanaalen , in welke dezelve afgeleid, en in meiren en kommen opgezameld word, ja in de houten enfteenen vaten ,waar in men gewoon was het Nylwater te bewaren en te laten bezinken; doch behalven dit alleen drinkbaar Nylwater, heeft Egypten andere meiren, en waters, die niet drinkbaar zyn, en daaraan hebben de Toveraars hunne bcdriegeryën kun. ncn te werk ftellenf*), of ook water nemen Uit de putten, welke de Egyptenaars groeven vh ,24- — hi het zelfde verhaal van de Egyp. tilche plagen meent men nog andere ftrydighe^ den te vinden, dan zegt men, fterft al het vee Exod. IX. 6. dan iaat de Schryver hetzelve no" eens geplaagd worden door zweeren en biaêren

vf

(*) Vergel. Rutg. Quwens in de SjmLLlt.Hae, Clasf.l Qois, in het Wederduusch aizonderiyk het licht ziet

B5

Sluiten