Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeedigd. Hoofdft. XXIV. 229

,, ven heeft ,• geen algemeen gebod, behalven „ dar. van de befnydenis," Maar, heeft God dan aan Abraham niet boven dien het gebod gegeeven om zyn land en maagfchap te verlaaten ? zynen zoon te offeren ? enz. Zyn dan de JNatuur-en Zede-wetten geen geboden van God? Van het geen IsaSk verders te Gerar gebeurde, leze men het III. Deel. Bl. 236. volgg. gelyk van den zegen der vruchtbaarheid aan IsAaK gefchonken Gen.XXVl. 12. het IV. Deel. Bladz. 221. volgg. De Latynfche overzetting heeft Gen.XXVI. 17. 19. vertaald: De beek van Gerar, in plaats van het dal, zynde misleid door de dubbelzinnigheid van het Hebreeuwsch, en op deeze verkeerde overzetting is de aanmerkingvan den Schryver van la Bible enfin enz. (*) gegrond, dat er geene beek in die Landftreek is, dat de Karavaanen, die daar reizen, genoodzaakt zyn, water met zich te voeren enz. In zo verre waarheid hier fchryvende, als men zyn zeggen bepaald tot het dal Gerar, mids dat het niet uitgeftrekt worde tot het geheele land Kanadn, doch de Hebreeuwfche Tekst fpreekt hier ook van geene beek,mza.v van een dal. De zwarigheden omtrent de vrouwen van Esau Gen. XXVI. 34. hebben wy opgelost II. Deel. Bladz. 17. en voegen er alleenlyk by, dat onze Schryver' (f) te vergeefs Moses gezag poogt verdacht te maken , wanneer hy zegt: ,, Niettegenftaan„ de de ftellige verboden des Heeren, om geene „ Kanaanitifche wyven te nemen, zien wy er ,, Esau hier twee te gelyk trouwen, zonder dat „ God hem eenigszins berispt." Daar toch Moses

er

(*) Pag. 67. (t) 1'ag. 67. 68.

P 3

Sluiten