Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 De Echtheid der Boeken

leggen. Is. Peyrerius meende; Moses had wel Gefchiedboeken nagelaaten, maar deeze waren verlooren geraakt. Doch die Boeken , welke hem thans worden toegefchreven, zouden bloote uittrekzels zyn van die grootere, door den

tyd weggeraakte , Jaarboeken. Behalven

dat dit niet meer is dan eene gisfing, zo is zy nog bovendien zonder eenige waarfcbynlykheid, en het blykt te duidelyk ,datzy alleenlyk uitgedacht is, om eene dweepjichtige onderstelling eenig aanzien by te zetten. Zouden dan de Jooden , zulke hoogachters van Moses, zyne oorfpronglyke en echte werken hebben hiaten verlooren gaan , en alleen de uittrekzels bewaard hebben? Rich. Simon ftelde, dat

Moses, volgends het geen aan 't Hof vivaEgypten ingebruik was, openbaare Schryvers onder Israël zou hebben aangefteld, die al het merkwaardige hebben moeten opteekenen; Uit deeze Volks-Jaarboeken, waren vervolgends uittrekzels gemaakt , welke den oorfprong aan Moses vyf Boeken gegeven hebben, die de Boeken van Moses genaamd zyn, voor zoverre die Jaarboeken op zyn bevel, en naar zyne inftelling, gefchreven waren. Ondertusfchen lezen wy nergens van zodaanige Schryvers, door Moses verordend, en zy hebben nooit beftaan

gehad, dan in 't brein van Vader Simon.

Joh. Clericus , die hem wederleide, viel met zyne gedachten op dien Priefter, welke, volgends 2 Kon, XVII. 28. na de wegvoering der X Stammen van Israël, door den Asfyrilchen Koning terug gezonden werd, om het Volk desLands in den Godsdienst van jehova te onderwyzen, Doch wy hebben VII. Deel. Bladz. 101. opge^ ïuerkt, dat deeze Priefter met een geheel ander

QOg-

Sluiten