is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van G.N. en V.v.O. behelsende aanmerkingen over het Zaamenstel der zuivere wysbegeerte [...] door [...] G.S. Steinbart.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDEN BRIEF. 205

dige oorfpronglijke verdorvenheid door uwe aanmerkingen, en die van den Heere St. in de derde Jfdeelïhge', •ais dezelve in het rechte licht befchouwd worden, niet •ter needer geworpen , maar veel eer bevestigd.

En, terwijl ik bijna niet twijfel,' of'UE. zal nu omtrent dit ftuk voldaan zijn , zal ik nu in het vervolg konnen onderzoeken, in hoe verre het gene van den heere St. gezegd is, in de T.veeds rifdeêlinge; van des Menfchen vatbaarheid voor, er. aanleiding her Zaaligheid in deezen teegenwoordigen Hand, waarachtig is; — en, indien buiten dat in dc Tweede of Derde Afdeelinge eenige bijzondere aanmerking voorkoomt, waarover UE. mijne gedachten begeert te verflaan, dezelve UE. mededeelen;

Ondertusfchen zal ik de behandeling van dit gantfehe ftuk onfer teegenwoordige oorfpronglijke Verdorvenheid bethuten met de woorden, met welke de Groote Mosheim

derzelver betoog begon. „ Men heeft zoo veellicht

en wijsheid niet noodig, om iemand, die zien wil, te overtuigen, dat hij thans die geen niet is, die hij eer,, tijds was, toen hij van God gefchaapen en gevomeerd

„ wierd. Wie toonen wil, dat een zeeker ilegt en

,, onvolmaakt werk, van een zeer bedreeven en bekwaam „ Kunftenaar nier gemaakt is, die vergelijkt Üegts des „ Meetters bekwaamheid metdezaak, die voor ziju werk

„ wordt uitgegeëven. Nu behoeven wij liegt? Gods

,, oneindige volmaaktheid te vergelijken met onfen èlen„ digen toeftand , om verzeekerd te worden , dat hei „ Menschdom geheel anders geheld was, toen het als „ eerst uit de hand des Allerhoogften kwam. Kan een „ verftandig Mensch zich verbeelden, dat die Menfchen, „ welke den aaniboodem thans bewóonen, deeze zwak,, ke, deeze onreine, deeze tot zonde en bederf genee,, gene vaten , dezelfde Schepfels zijn , die een God ,, welke de volmaaktheid, de reinheid, de heiligheid, „ het iicht en de genade zelve is, gefchaapen heeft', toen „ hij zijne grootheid en goedheid openbaaren wilde? Zal ,, men niet eer kunnen gelooven, dat het (legtfte fchrift ,, het werk van een Man zij, die nooit een fout teegen ,, de reede beging, en van allen voor een meester der wijs„ heid wierd gehouden"? Een van beide moet waar zijn: „ of een blind geval heeft ons zaamengefteld, en geen „ wijze en magtige hand heeft ons gefchaapen; of, wij „ zijn bedorven, en hebben die volmaaktheid verboren '

„ die