Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lo GEERT REINDERS

Melkkoeïjen wordt genaamd. Het Iaat zich niet wel bepaakn, hoe veel melk een beste Koe kan geeven,

aan-

7, meld wordt, komt my, fchoon ik die Verhandeling zelve » niet geleezen hebbe, zeer waarfchynelyk voor een misdag te a, zyn. indien men van ieder Duizend, negen honderd wegnee« me dan zal elke Koe nog al vry wat minder geeven dan op „ Madagascar; namelyk door elkander liechts T* of ruim -» van o, een kan. Ongetwyffeld geeft de natuur iaar meer ter zoogine „ der Kalveren; veelligt worden ze ook dikwerf als die van Bar„baryen terflond droog , wanneer de Kalveren genoegzaam „ buiten de melk beftaan kunnen. In Vrankryk, c„ waarfthynM lyk op meer andere plaatzen, waar de Koeijen niet melkryker » zyn, laat men het Kalf op het minfle twee, en zomtyds wel „ dne of v.er maanden by de Moederkoe zuigen, wordende na „ de vyf of zes eerfte dagen echter maar twee of driemaal daags „ er bygebragt, om dezelve niet uitteputten, zynde de tnelk der „ twee eerfte maanden, volgens de .Bitton, niet goed tot het „ gebrmk. (b) Welk een verbaazend verfchil met betgeene in „ ons hieromtrent zo veel ryker gezegend Vaderland, ten deezen „ opz.gte plaats heeft. Men fnydt de Bul of Stier in Vrankryk „ akhy ,8 maanden, of twee jaar bereikt heeft, om te moediger „ m het trekken van den ploeg te zyn; terwyl men hier, dit ge„ bruik 'er met van maakende, hen reeds fnydt zodra ze twee » of drie vleten oud zyn, opdat het osfenvleesch malfther en „ fmaakelyker zy. Buïfon acht het gevaarlyker, wanneer zy „ jonger, dan men in Vrankryk doed, gefneeden. worden; hier # houdt men het minder gmarlyk. Of het onderfcheid van . ■ „ het

£» Zoo zegt ook ViRoaius naar Vondels «maling, L'aat de Koel, die ft„s eerst kaifde en dreegb. Niet ne,ken, aU van oiids /ïniydïg en ,t vnegb , Maar al Uerc «iers vry M Kalf Un best, geeven.

Sluiten