Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38 LAMBERTUS AARTSEN

zal zich die moeite wel kunnen getroosten, als hy ziet, dat zyn land beter en zyue inkomften 'er door grooter worden.

S. 13.

Wanneer het land nu in die order gebragt is, is 'er nog iets dat hier te pas komt, namentlyk, 'das men in de landgronden of zwavelagtige kleygronden, de men, gelyk wy te vooren gezegd hebben § 4- 5, bearbeid zynde, oppasfen moet om dezelve niet te diep te leggen: want is ze fyn gemaakt en wel doorn werkt, dan kan ze onder in den grond dat jaar weinig nut doen , als ze te diep legt ; j3 ?e niet fyn gemaakt, en volgens de gewoone manier behandelt, zoo vergaat en verteerd zyinden grond Verfcheiden heb. ik zien fpitten, welke, nadat zy de mest op de gemeene wyze by (lukken en brokken over het land geftrooithadden, in een dubbeldHey Ronden, en de mest van de kruin van het land tot op den grond van het hey nederwierpen j waarboven dan twee fpit diep of hoog aarde overheen kwam Welke nuttigheid kan deeze mest hebben, of doenmen moet ze een duim of 3 onder den grond leggen'' en fommigen, die zulks ook bevonden hebben , wer' pen de mest over het land, na dat het gefpic of ver dolven is, en na dat ze de mest geftrooit hebben punten zy dezelve, gelyk zy het noemen, meteen mestgreep of fpade in den grond, tot een behoorly, ke diepte. Voornamentlyk is dit goed voor devrugten, dieniet te diep leggen, als fommige graanen erwten, wikken, bponen, dcc. De vrugten,, welke*

dje-

Sluiten