is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen uitgegeeven door de Maatschappy ter bevordering van den landbouw te Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö E HOÜÏ'TULÏ Ü

feèt bewerken van dé'n grond, het aanleggen van bosfchen, eri de geheele behande* ïing van deeze boomen, gefchied het bést, zoo als van de Eiken is opgegeeven.

3. Het zaayeh van Dentien, het bewerken van den grond enz., gefchied, zoo als van de Eiken en Beuken gezegd is.

4. De Berken teek men van zaad voort, 9t welk men , in den herfsttyd , van de zaaddraagende boomen verzamelt, en zaayt zoo als- de Eiken, maar men behoeft den grond maar eens te fpittenj en geen mest 'er 'óp te brengen.

5. De -Tpen worden best, door zaad, voortgeteeldr; nogthans teelt men ze ook , door inleggers: het zaad van Ypen vergaêrt men, in den zomer, als het van de boomen begint aftevallen, en men zaait het op een' daartoe uitgekoozen grond : voorts handelt men met het opneemen , en het wegneemen van den penwortel, zoo als van de'Eiken gezegd is. In geen' der boomen, die van zaad voortgeteeld worden, is zulk een verfchil, als in Ypen; die met de grootfte bladeren zyn Verre te verkiezen , om te planten : men •graaft voor iederen boom, dien men planten wil, een gat van 3 voeten wyd en 2 a 3 voeten diep, in de maand September, en plant de boomen, in Maart: als men 'er bosfchen van aanleggen wil tot ftam-boomen, legt men den grond op akkers van 40 a 60

1? voe-