Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERLOSSEN DER K O E IJ E N< 353

digheden die aan de hand geeven 9 en wy iri 't voorgaande befchreeven hebben.

§ 579. Is egter de fchuld te zoeken iri zwakte, vertnoeidhéid , en krachteloosheid, die door ziekte, of door zwaaren arbeid (| 574 )> of door andere verzwakkende oorzaagken ontftaan zyn, dan dient men omtrent het aderlaaten zeer voorzichtig te zyn, en, zon» der alvoorens alle omftandigheden rypelyk overwoogen te hebben, zelfs het minfte bloed niet aftetappen, maar veel eêr rust, voedzaame$ en zulke verfterkende middelen aan de koe te bezorgen, die, zonder het bloed te veel te verhitten, haare werking doen. Ten, dien einde kan men zig bedienen van dé Droppels N°. 4., alsmede van de verfterken* de en verzagtende Zalf JN°. 35.

§ 580; Doch als men bevind 9 dat op bet behoorlyk en aanhoudend gebruik van de bovengemelde middelen , de blyken van het kalfverleggen niet verminderen , maar veel eêr vermeerderen, dan is het een bewys, dat het kalfverleggen zal voortgaan. Dus moét meri met het gebruik daarvan niet verder' aanhoud den; en maar handen aan 't wetk flaan, om de vrugt fpoedig, doch zeer voorzichtig j té krygen. De bezorging van zulke koeijen eischt eene gelyke, zo niet grootere ogiettgüdheid $

Sluiten