is toegevoegd aan uw favorieten.

De arme heer van Mildenburg, in brieven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van MILDENBURG. $r

tenfpoorige zwier is zij niet gewoon ; haar vermogen kan ook zo geheel gering niet wcezen, en zij heeft eenen goedaartfjen inborst; doch ik maak zekerlijk geen' ftaat op een volmaakt geluk in de waereld, en weet , dat alles fikfakkerij blijft : over 't algemeen is het huwelijk een gewaagd werkjen: ik ben zeer infchikkelijk ; mijne bezigheden zullen niet toelaaten, om mijne vrouw altoos van den morgen tot den avond te zien , zo dat zij mij niet ligt zal kunnen verveelen : kortom, ik geloof, dat ik 't 'er wel op waagen

kan maar zullen de ouders tot een huwelijk

van hunne dochter met mij de toeftemming wel willen geeven ? ik denk niet, dat ik oorzaak heb , daaraan te twijfelen : ik ben thans in geheel an. dere omftandigheden , dan in dien tijd , en Mevrouw haar moeder zal zich wel voor den mislukten toeleg op mijnen geringenperfoon reeds voor lang fchadeloos gefteld, en van haaren wrok tegen mij opgevat, afgezien hebben : ik beken , het is niet aangenaam', fchoonouders te hebben , voor welken men geene achting voeden kan; doch wat is'er nu aangelegen? wij zullen elkander misfchien om de drie of vier jaaren ééns zien : ik heb ondertusfchen aan Dominé eerman gefchreeven, om te verneemen , hoe het in Oudwedel gefteld is , en zodra ik antwoord van hem ontvangen heb , zal ik overleggen , wat mij te doen ftaat : ik verzoek u , mij uwe gedachten over dit plan eens mede te deelen.

Van den Heer van der hart heb ik on-