is toegevoegd aan uw favorieten.

De arme heer van Mildenburg, in brieven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«6 DE ARME HEER

DERTIG'STE BRIEF.

De Lieutenqnt-Kolonel en Generaal-Adjudant, van steen beek, aan zijne Echtgenoote.

Romen, den 6 Augustus, 1776.

lieve vrouw!

Een flechthoofd heeft onlangs goedgevonden, mij eenen naamloozen -brief te zenden, waarin uw gedrag geduurende mijne afwezigheid, en uwe verkeering in mildenburg's huis, met de zwartfle kooien getekend zijn: ik höude niet. veel van naamlooze brieven; wie met een goed oogmerk waarheid zegt, fchroomt nimmer zijnen naam te noemen: daarenboven was deeze brief zo opgelield, dat ik, fchoon een oud foldaat, en geen van die hooggeleerde lieden zijnde, echter zeer gemaklijk merken ko.n, dat de boos, heid van lastertongen hier mede in het fpel was; ik kan misfchien door andere omftandigheden ook wel opmaaken , uit wiens koker dit alles komt, en zal mijne maatregelen neemen : gij hebt u altijd als een verflaudige en zedige" vrouw gedraagen, en indien dit het geval niet ware, zou ik het in 't geheel der moeite niet waardig oordeelen, om veele woorden daarover te verliezen: mildeiSburg is mede een braaf man, heeft,