is toegevoegd aan uw favorieten.

De arme heer van Mildenburg, in brieven.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van MILDENBURG.

fit

VEERTIENDE BRIEF.

De Heer van der ha ut aan den Rentmeester ridder man, in Pyrmont»

Nieuw-York, den ?den Maart, 1779.

Ik ben u, waarde Heer en Vriend! zeer verpligt, dat gij bij de nafpooringen ter ontdekkinge van het verblijf van Juffrouw felmer, om mijnentwil zo veel moeite genomen hebt; maar gij kunt 'er geen denkbeeld van maaken, hoe zeer mij de tijding, welke gij mij hebt medegedeeld, heeft aangedaan, en hoe dezelve mij nog grieft; zij heeft tevens mijne hoop en mijne ontwerpen voor het toekomende verijdeld, en mijn geloof aan deugd en vriendfchap ter neêr geflagen; want gij gelieft te weeten, dat dezelfde mildenburg, waarvan gij fchrijft dat hij carolina voor zijne bijzit houdt, mijn vriend is; mijne betrekkingen tot dit meisjen, kent en weet, en dat mijn hart haar altoos nog zeer genegen is: dikwijls heb ik hem verzocht naar haar te vemeemen , en hij heeft mij verzekerd, dat hij niets van haar verblijf heeft kunnen ontdekken; maar dezelfde man leefde misfchien reeds in dien tijd aan de zijde van deeze ïigtekooi, en dreef benevens haar den fpot met den ligtgeloovigen vriend 'in America: dit is buitengemeen grievend voor mijn hart, terwijl ik aan III. Deel. f