Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5. Onbuigzaamheid der Israelitem. 17

5 5-

Mofes liet veele dingen toe, om de onbuigzaamheid der Israëliten, hoewel hy dezelven afkeurde.

Aan de oude Gewoontens en Rechten, die Mofes voor zich vond , heeft men het toe te fchryven , dat hy in zynen burgerftaat eenige dingen moed toeftasn, die hy op zich zelf befchouvvt, .niet wel konde goedkeuren, noch ook , alleen ftaatkundig, de beften oordeelen. De Wetten toch loopen gevaar, om haare achting en gehoorzaamheid te verliezen, wanneer zy zekere te diep ingewortelde gewoontens verbieden , en den Volke in zwange gaande rechten, op dewelken het te zeer geftelt is, ontneemen willen. Wil een Wetgeever eene voor zyn Volk, te ftrenge deugd invoeren, zoo verkrygt hy niets, om dat hy alles hebben wil; en hy leert het Volk zelf in enkelde gevallen , de Wetten vry te overtreeden ; heeft het dit uit één gebod geleert , het zal het ras by meerderen in oefeninge brengen.

Aangaande deeze ingewortelde gewoontens drukt Chriftus zich dus uit: dat Mofes dezelven den kinderen Israëls hebbe toegelaaten, van wegen hunner harten hardigheid: (*) en by deeze uitdrukking zal zich elk het grootfte voorbeeld van dergelyk eene toelaating, de Echtfcheiding, ligtelyk te binnen brengen. De veelwyvery en het huwelyk van eenen Broeder met zynes. Broeders Weduwe zyn van gelyken aart: ja zelfs

de

(*) Matth. XIX. S. I. De el. B

Sluiten