Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 § 48. Vorm der Volksregeeringe.

zoo veele Stammen geweeft zyn, als de Stamvader van een Volk. Zoonen, zoo veele gr 00teke Huisgezinnen, als hy Kleinzoonen, en zoo veele kleinere, als hy Achter Klein zoon en had nagelaaten. Dan zoo geloove ik niet, dat men gereekent hebbe; maar wanneer, by voorbeeld, eenige Kleinzoonen zich niet fterk vermenigvuldigt hadden, maakten éénigen van hen te zaamen maar één grooter Huisgezin uit. Wy vinden in het kleine overblyffel der Edomitifche Gefehiedeniiïè, het welk Mofes, Gen, XXXVI. ons heeft nagelaaten, dat de Kleinzoonen der twee eerfte Vrouwen van Efau aan Vorftendommen den naam geeven; daarentegen by de derde Vrouw, Oholibama, heeten de Vorstendommen niet naar de Kleinzoonen, maar naar de Zoonen; en op het einde van het Hoofdftuk, komen vs. 40-43, noch elf Vorftendommen voor, welker naamen men te vooren onder de Zoonen. of Kleinzoonen van Efau in het geheel niet vindt, en die miffchien laater onder de Koningen ontftaan zyn, wanneer een der voorige Huisgezinnen zich bovenmaatig vermenigvuldigde. Ten minften kan men anders niet begrypen, hoe zy op eenmaal by de overige Vorftendommen komen, dewelken alle in de Geflagtrekening gegrondt waren. Ten aanziene der israeliten is de plaatze, 1 Chron. XXIII: 11. beflisfend; alwaar van vier Zoonen gezegt wordt, dat zy niet veele Nakomelingen gehad hebben, en daarom flegts voor één Huisgezin gerekent zyn: en hier uit kan men ook verklaaren, hoe Micha V: 1. Bethlehem kunne gezegt worden, te klein te zyn, dan dae bet onder de Huizen van Juda zoude kunne»

ge-

Sluiten