Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ê6 §. 145. Wezeniyk Vereiscüte

behoort hier niet onderzocht te worden , daar ik thans alleen het Rechtsgeleerde der Wetten van Mofes in aanmerking neem , maar dat behoort tot de Godtgeleertheid. Dan dat 'er al , na dat Mofes zyne Wetten gaf, Nazireers onder de Israëliten geweest zyn , kan men zien uit de volgende omftandigheid. Het geen Mofes van de Nazireers heeft vastgeftelt, is Num. VI. te vinden , en werdt die vastftelling gemaakt in het tweede Jaar naa den uitgang uit Egypten ; maar in eene vroegere Wet van het Sabbath, Jaar , die in het eerfte Jaar al werdt bekend gemaakt, ontleendt hy eene fpreekwyze van de Nazireers , zulke Wyoftokken , die in dit Jaar niet gefnoeit worden , Nazireers noemende, Levit. XXV, 5. De zaak moet bygevolg airede voorhanden , en al federt lange voorhanden geweest zyn , om dat dergelyke figuurlyke fpreekwyzen , inzonderheid in de Huishoukunde , den Akker of Tuinbouw , doorgaans eerst langfaam op de eigenlyke betekenis van her lang bekende Woord volgen.

Gemeenlyk duurde het Nazireerfchap niet altoos, weshalven Mofes ook bevolen heeft, welke Offeranden men , by het einde en de aflegging van dien Staat, brengen moest. In laatere tyden zien wy in Simfon een Voorbeeld van eenen Nazireer, die door zyne Ouderen voor zyn geheele leeven verlooft was; hoewel echter het woord , Nazireer , hier niet in de bepaaldfle betekenis genomen worde , waar in het anders in de Wetten van Mofes voorkomt , nademaal Simfon zich juist voornaamlyk bezig houdt met Philiftynen om te brengen , voor welker doode Ur> haamen anders een Nazireer zoude hebben moeten

Sluiten