Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 S« 25& Meineedigheid.

ien wederom te doen worden , het geen het weleer by oude Volken geweest is, die ontzag voor eenen Eed hadden ?

Het Verzoen- of Bekentnis - Offer, was niet alieenlyk voor eigenlyk zoo genaamde valfche Eeden , maar ook voor onbedachte en losfe Eedzweeringen bevolen, aan welke men niet voldaan had.

Tot de eigenlyke Meineedigheid behoorde

i. De valfche Eed van eenen Getuigen , niet waar door een Onfchuldige bezwaart werdc, maar wanneer men , het geen men tegen eenen Misdaadigen wist, niet verklaarde ; of, gelyk Mofes het noemt: Wanneer men de Jlem der Bezweeringe hoorde , (" want hy , die eenen Eed deed, fprak dien zelf niet uit, maar dezelve werdc hem voorgezegt, en hy dus bezwooren , ) Getuige was , het geen getuigt moest worden zelf gezien bad, of cp eene andere wyze wist, en de waarheid evenwel niet te kennen gaf, Levit. V. vs. 1. Het geen wy Spreuken XXIX. vs. 24. vinden , heldert dit door een voorbeeld op. Een lieeler , zegt hy , baat zyn eigen leeven , dewyl by bet verzweert : Hy boort de bezweering y in bet gerichte hem voorgezegt, en geeft evenwel niet- te kennen , wat hy van den dieffial weete. '

Ik heb reeds in myne Aantekeninge, by Levic. V. vs. 1. doen opmerken , dac deeze iöort van Meineedigheid als eene zonde van naalaatigheid werdc voorgeiïelc , en om die rede geen Zond-offer, maar een Schuld-offer

Sluiten