Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8 §. 293. Misdaaden tegen Ouderen.

men de zelfde betekenis heefc, ( het Latynfche maledicere zoude 'er noch wat nader mede overéénkomen , behalven dat dit woord ook wederom van eene uicgeflrekcere betekenisfe is ^) hec Hebreeuwfche woord , zeg ik volgens het gewoone gebruik der fpraake genomen , zoude dit laatfte insgelyks iniluicen.

Een voorbeeld van deeze misdaad, het welk waarlyk zeer gepasc is, fielt Christus ons voor by Mactb. XV. vs. ,i-6. en Mark. VII. vs. 9-13 , alwaar hy den Pharifeeuwen verwyc, dat zy volgens hunne uitlegging der Godtlyke Wee , waarin zy op menfehlyke ftellingen bouwden , iets voor eene krachtige en van Gode aangenomene gelofte hielden, waarop, volgens de Wee van Mofes , eene Doodftraffe behoorde geftelt te worden. Het was in dien tyd niec ongewoon, dat een ondeugende Zoon, die in toorn zynen Ouderen alle kindlyke liefde en onderfleuning, die zy van hem verwachtten , wilde ontzeggen , Korban riep , of Kokban , daar ik u mede zoude kunnen helpen : dat is , al bet geene , waarmede ik u ooit helpen of dienen kan , bygevolg ook alles waarmede ik u eens in uwen bulploozen ouderdom zoude kunnen ondersteunen , zy Gode toegezegt ! Eene affchuwlyke gelofte voorzeker , dewelke Godt gewislyk even weinig goedkeurt, als of men belofte deed van Overfpel of Jongenfchennis. Ondertusfchen doen fommige Pharifeeuwen desniectegenllaande de vreemde uitfpraak : dat zulk eene gelofte verplichtende is, en dac een Zoon , die dezelve gedaan heefc, zich wel behoort ce wachten , van zynen Ouderen het minfte te laaten toekomen , dewyl hy het alles aan Godt geheiligt heeft , en 'er zich dus zonder heiligfehennis en hec verbreeken

zy-

Sluiten