is toegevoegd aan uw favorieten.

Mosaïsch recht, of De ziel der wetten van Moses.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3KJ TWEEDE BLAD WYZER

Verzeerin en by een gevecht, op hoedanig eene wyze gein-aft. Vi.281.69

•>— "au zwangere Vrouwen, movsten volgens het Reent van -ergelding geboet worden. V , 240.63.

Yl, 273.25. vi, 281. 6*9

Vet , by de hedendaagfche Jooden in ftede van Olie gebruikt. IV, 203. 203.

IV, 205. 22 2 •— hoedanig den israëliten verbooden was. IV, 206.

224

Vet-pukken, mochten de Israêiiten niet tot fpyze gebruiken. IV , 206 223. rede van dit Verbod, alsb. op de overtreeding van hetzelve ftond de uitroeijing. V, 249. i59

Vierdagen (overtollige) moeten afgefchaft worden.

IV, 201. 183 hoe veel de Jooden in een Jaar gehad hebben, alsb.

« aanmerking over dezelve- IV, 201. 184 ,

VUlers-boek , was by de Is-

• raëliten niet bekend. IV, ■ 216. 332

Vinden, het geen men ge von • den had mocht men niet heimlyk behouden. 111, l63- 131

-— wat ten deezen opzichte in Rechten gold. 111, 7 163. 132

Visfchen kwamen niet op het Altaar. IV, 187, 45

derzelver bloed den Israêiiten niet . verbooden.

altièiem

Visftber. werden onder de Vleesch - fpyzen gerekent.

IV, 189. 68

hoedanige de Israêiiten

al of niet mochten eeten.

IV, 204. 209 bevorderen de ongemakken der huid. IV, 209.262

Vittery was den ouden Israêiiten onbekend 111, 147.

37

Vleesch , mocht niet in boter , maar moest in olie gebraaden worden. IV , 205.217. hoe de hedendaagfche Jooden deeze Wet waarneemen. IV, 205. 218

Vleesch - eeten was den Israëliten in de Woeftyne geoorlooft. 111, 169. 169. voordeelen van deeze toelating. ; iv, 189 67

men is daar aan in het

Zuiden niet zoo gewoon» als in het Noorden. III , 169. 170. IV, 189 64

belustheid na hetzelve

is eene ziekte. IV, 189.65

zich daar van geheel

te onthouden baart veele ongemakken. alsboven.

—— Mofes wekte de Israëliten daar toe op , door het inftellen van Offer-

^maaltyden, IV, 189. 71

leescb- houwers , van dezelve verwacht men niet, dat zy zeer teder zyn ten opzichte van het vergieten van menfchen-bloed.

1115 164. 136 Vleesch*