Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 NIEUW EVANGELISCH MAGAZIJN.

in hen bezonder. De Goedheid des Grooten Konings heefc bezorgd, dat dees zijn Brief vertaald is geworden, en duidelijk, als een Plakkaat, op tafelen gefield, opdat elk daar in ieeze, die voorbij loopt — Met welk eene blijdfchap , vergenoeging, eerbied, genegenheid, en geloof, behoorden wij het dan te ontvangen, te kezen , en te herleezen, aanteneemen, en te gehoorzaamen! even gelijk wij ons zonderling vereerd, en hooglijk.^ verpligt zouden rekenen, wanneer een groot Vorst aan onze perfoon in het bezonder eenen gemeenzaamen brief fchreef; te meer, indien dezelve niet dan met de beste onderrichtingen, de nadruklijkfte waarfchuuwingen, rijkfte zegeningen, en zonderlinge beloften, vervuld was. Nog meer zou zulk een Brief, zulk een Plakkaat van den Vorst, in aanmerking bij ons koomen, wanneer ons daar in de Amnestie, de uitdelging van verfcheiden zwaare Delicten , als van oproer , en andere misdaaden Van gekwetste Majesteit, doodflag, e. z. v., waar aan wij ons fchuldig gemaakt hadden , gunstig wierd toegezegd , onder voorwaarde alleenlijk , van gereede aanneeming der vergiffenis, en aflegging van de wapenen van vijandfchap. Hoe zouden wij zulk eenen Brief bij herhaaling in de hand neemen, en denzelven uit eerbied, en met opgetoogen vreugd en blijdfchap , kusfen ; en wat dies meer zij! — Maar nu ; zoodaanig een Brief is het Evangelie; het is eene blijde Boodfchap van den KONING

des

(?•) Habahuk II: 2.

Sluiten