Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BOEK.

7

Waarom offeren wij niet? zeide hij meermaals. Wat kan ons hier zo lang ophouden? Ik kwijn in deeze ledigheid, en fchaam mij over een leven, daar ik geen gebruik van maak. Hoe ongelukkig zijn zij, die zich niet weten bezig te houden ! Hun leven is niet meer , dan een bloot aanzijn. Het is geen leven , rond te wandelen, en de Zon aan te kijken: dit is, een gedachte- en werkelooze tusfchenftand tusfchen leven en dood ! O ! de Goden hebben met de menigvuldige zorgen en bezigheden tevens menigvuldige vreugde in het menschlijk leven ingevlochten; Die zich aan deeze bezigheden onttrekt, gevoelt niets van de vergenoegens van dit leven, zonder welke elke dag verloren, en als in eenen droom doorgebragt is ? O ! Thalthybius, doe mij het pad der eere betreden, en voer mij uit deeze doffe ftilte midden in de bezigheden. Dit Land fchijnt geene Helden te kweeken; breng my naa Elis, doem zien, hoe de roemruchtige ftrijders van Olympia om den Lauwer kampen, doe mij van hun leeren, en hun eindelijk zelfs den prijs betwisten , dien ik hun benijde! Zal ik niets naa Mycens te rug brengen ? Zal ik op het graf

A 4

van

Sluiten