Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t2 VC-LTAJRü'S EN D'ATJ£MBERT*S OVER.GANS

de Republieken en voor de vrijheid bij hun niet onderfcheiden zijn van den haat tegen de Koningen. En deze klagten ontfuappen de Sophisten geduurig. Zoo hunne lasteringen tegen Christus beteugeld worden , zoo hunne Wijsbegeerte flechts den minflen tegenftand vindt, komt het door dat de rede gekluisterd is, dat het despotisme hen vervolgingen berokkent, dat men ongelukkig is te leven onder het oog van eenen Monarch en dat zijner Ministers (*_).

Om weder tot d'Alembert te komen, men herinnere zich, dat in den oorlog tegen het Altaar Zijn rol die van den vos was. Men zal hem zijne konsrgreepen niet zien vergeeten in den oorlog tegen de Koningen. Hij doet tegen hun het geen hij tegen Christus gedaan heeft. Hij bedient zich van een's anders pen, hij noopt en hitst de anderen aan, maar hij zorgt wel zichzelven niet bloot te (lellen. Dus verheft hij Vol taire, prijst in hem den iever welke zoo veel heeft toegebragt tot het verfpreiden der Wijsbegeerte en der liefde voor eene Republikeinfche vrijheid; en op dat deze iever niet verkoeles zorgt hij daar bijtevoegen: „ Volhard met (Irij„ den pro aris &focis. Ik, men door het Minis„ terlijk en Priesterlijk gezag de handen gebonden „ zijn, kan niet anders doen dan Mozes, dezelve „ ten Hemel opheffen terwijl gij ftrijdt (f>"

Het

(*) Corresp. de Volt. & d'AIemb. pasfïm. (1) 19 Janvier 1760.

Sluiten