Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCHOON EN AVONDSTOND. 25

Zie, in 't verfchiet, reeds aan 't verflaauwen, Het koetje 't malfche gras herkaauwen,

Daar 't cp de groente vreedzaam rust: Zie, door de bladerryke boomen, De ruime beemden, langs hun zoomen,

Van 't vlietend kristalyn gekust:

Zie, na den gloed der zonneflralen, Den vruchtbren grond weer adem halen,

In dit bekoorlyk avonduur, Waarin de frisfche dampen vloeijen, En 't groen met koelen dauw befproeijen.

Hoe wys, hoe heilzaam werkt natuur!

Zy, nimmer ledig, altoos wakker,

Draagt zorg voor ooft en beemd en akker,.

Terwyl de landman, afgewerkt, Gekoesterd door de lieflykheden Der zagte rust, zyn matte leden

In de armen van den flaap verfterkt.

D Na«

Sluiten