Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER. 233

Woek na den dood van myn' man aflcide, „ datgy die ongelukken niet zoudt beleefd hebben, wan" neer gy onze waarfchuuwingen hadt gevolgd?"— " Het kan weezen," antwoordde ik, „Doch hetgeen gy " waarfchuuwingen gelieft te noemen, zouden an" dere menfehen, die ook niet gek zyn, misfchien " met den naam van waarzeggerye beftempe" len; op welken men, gelyk gy weet, zo weinig " ftaat kan maaken als op de weêrsvoorzeggingen " van den Almanak. — „Gy zyt nog dezelfde,"zeï 'mihelmina, met een'opgetrokken' neus, „alsikmy „ niet bedrieg, of, als ik het zeggen durf, dan noemt men dat onbedachtzaam".—„ Wel nu geeft " .... u„. " hpwatre ik. . „ aan een kwaad woord

„ gy ccm», ~-...,»,- . ' . , .,, ,:

eene goede beteekenis. ja ment, ik pen nug aiiuuj> " juist dezelfde, die ik was, of nog even zo onbe\\ dachtzaam, zo gy het noemt, dat ik, wanneer de

jaaren die vervloogen zyn, weêr konden keeren, " en hetgeen gebeurd is, niet gebeurd kon zyn, " zeker nog eens dienzelfden man zou kiezen, met

welken gylieden meent, dat ik zo ongelukkig

" En is dit niet het gevoelen, 't geen ik hebben moet? Zou ik — doch hoe wyk ik van myn fluk

af, Ik heb thans van myne nicht te Bergedorf

te vertellen,

Deeze veroorzaakte my eene dubbele vreugde, vooreerst, dat ze my met eene vernieuwde tederheid ontving, en ten anderen, dat ik ze in een beteren toeftand vond dan ik gevreesd had. Zy was, by myne aankomst, reeds buiten gevaar; en onder myn toezicht en oppasfing naderde ze haare genee-

3 P 5 zing

Sluiten