Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s34 GESCHIEDENIS van

zing met rasfche fchreeden. Ik was nog geeneveer. tien dagen by haar geweest; of ik ontving een' brief van myn' broeder, die my bad terug te komen; zo dra de toeftand van myne nicht het toeliet. Hy had tevens aan haar gefchréeven, „ en zy zelve drong „ 'er op aan, dat ik myne terugreis zou verhaasten." Dit niettegenftaande, kwam ik eerst drie dagen daarna te Lubek terug, in de zekere hoop', dat ik daar ééne acht dagen zou kunnen uitrusten, en daarna de toebereidfelen maaken tot myne verhuizing; maar hierin bedroog ik my andermaal voor de helft; want myn broeder maakte zulk een' haast, dat de gehoopte acht dagen tot vier wierden bepaald.Dus kunt gy ligt denken, dat myne bezigheden in dien verkorten tyd zo zeer vermenigvuldigden, dat ik elk oogenbiik noodig had, om dë fchikkingen tót myn'aftocht te maaken.

Wat kon 'er alzo van de beloofde kennismaaking met Lowenwald worden? Gy ziet, myn lieffte neef, door welk een' omweg ik tot deeze vraag gekomen ben; en hoe bezorgd ik geweest ben myne verfchooningen vooraan te ftellen! Ik wilde u zo allengskens voorbereiden tot dè tyding, dat gy niet veel te verwachten hebt. Bezoeken kon ik ze volftrekt niet.

Weinig tyds en veele bezigheden beletteden my daarin; hierby kwam een zekere twyfel omtrent de

gevoelens van myn' broeder op dit ftuk Myn

lieve neef, die zo afhanglyk is, als ik ben, mag die zyn' eigen' zin volgen ? Maar als het alleen op kennis aankomt, dan kunt gy nog wel 'met my te Trede zyn.

Het geval is, kortelyk, dit. Tóen ik van Berge.

dorf

Sluiten