is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkwaardigheden uit het openbaar leven van zommige apostelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

LEVEN DER APOSTELEN. 431

„ Wat behoor ik te doen, mijne Heeren! om ge„ lukkig te worden?"

[ Deze vraag, in den mond van eenen onverlichten Heiden, die tot nog toe van het heil en de zaligheid, door Jefus aangebragt, geene kennis had, is zeer merkwaardig. Zij openbaart de hevige gemoedsbeweging, waar in de man zich bevond. Hij erinnerde zich waarfchijnlijk, dat Paulus en Silas, door de Waaazegfter uitgeroepen waren, als Leeraars der waarheid, en dat zij, wegens het verfpreiden van nieuwe Godsdienstgevoelens, aangeklaagd, mishandeld en gekerkerd waren. Nu ziet hij ben in vrijheid gefield, en van die vrijheid geen gebruik maken ; hij bezeft de grootheid van geest, welke hen bezielt; in hunne aanfpraak voelt hij de kracht van deugden menfchenliefde: — hunne bevrijding droeg alle fpooren van iets buitengemeens en bovennatuurlijks; wat 'er gebeurd was, fcheen om hunnen wil voorgevallen te zijn; God ftond hunne zaak voor: zij waren onfchuldig — ja Gezanten des Allerhoogften. Deze gewaarwordingen — mogelijk nog verfterkt door duiftere en verwarde overblijfzelen van eenige godsdienltige kennis en hoop op een beter leven, — vervulden hem met berouw en gewetensangst over zijne ftrenge bejegening van zijne eerwaardige gevangenen, met eerbied voor hun en met eene zugt, om, op alle mogelijke wijzen, zijn vergrijp te vergoeden, en tevens van deze Mannen, ten aanzien van den waaren Godsdienst en den weg om de verdiende ftraffen der Godheid te ontgaan en gelukkig te worden, een gegrond onderricht te ont-

van-