Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVEN DER. APOSTELEN*

499

delijk te bereiken. — Mogt elk, naar zijnen kring, veel hebben van dien Apostoliefchen geest I

Geduurende Paulus afzijn van Efefen, was men daar niet geheel zonder onderwijs gebleven. Immers,]

Een zeker Jood, Apoilos (ofApollonius) geheten, van afkomst een Alexandryner ( uit Egypten ) , die eeu zeer welfprekend en in de Schriften (des Ouden Ferbonds) uitnemend ervaren man was, was te Efe» fen gekomen. Deze man had (eenig) onderricht gehad, aangaande de Godsdienstleere van den Heere, (hij was, naar de kundigheden van zijnen tijd, in kennis van de Goddelijke bedoelingen met de Mesfi'danfche bedeeling, wel onderleid) , en , daar hij van eenen vuurigen geest was, (vol van ijver), fprak en onderwees hij, met groote zorgvuldigheid, (naar vermogen), over het geen op 'den Heere betrekking had, offchoon hij alleen kennis had aan den doop (en de leere) van Joannes. Ja, hij begon, met veele vrijmoedigheid , (openlijk) in de Synagoge te fpreken , (en zijne, reeds verkregene kun* digheden aan anderen medetedeelen).

[foitnnes de Dooper had eerst het Koningrijk Gods, als nabij zijnde , aangekondigd , en zijne Leerlingen op iemand gewezen , die na hem kwam\ daarna had hij hun Jefus zeiven, als het Lam Gods , dat de zonde der wereld wegneemt, aangeprezen, en hen zelfs , door hunne eigene oogen , van de waarheid daar van willen overtuigen (*). Hij had

der-

(*) Matth. III: 2—u, 12. Jo. I: 29.-34. Matth* XI: 2 — 6.

Ii a

Sluiten