Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50O GEDENKWAARDIGHEDEN UIT HET

derhalve, den Mesfia' getrouwlijk den weg bereid, niet alleen in bet Joodfche Land, maar ook door het opzien, dat hij, bij de vreemdelingen, die op de Feesten kwamen, gewekt had, buitenslands, tot in Egypten toe. Of echter zijne leere , zoo verre heen, wel geheel zuiver voordgeplant wierd, fchijnt men zeer te mogen betwijfelen (*). En dit maakt ons oordeel over de kundigheden van Apoilos ongewis. Evenwel is het waarfchijnelijk, dat hij, van den Doop, door Christus ingefteld, — en altoos, van 's Mesfiii's verhooging en de blijken daarvan , in de uitftorting der Geestgaven, nog niets bellemds vernomen, noch zelf die buitêngewoone gaven ontvangen had. — Des te meer behoefde hij gevolglijk, om nuttig te kunnen zijn, den natuurlijken aanleg tot fchranderheid en welfprekende voordragt. Zoo zorgt de Goddelijke Voorzienigheid dikwerf, als ongemerkt, voor de behoeften der menfchen! — - En, hoe wel waren die gaven aan Apoilos bedeed! In zijne reis en volgend gedrag, leeren wij hem kennen als leergierig en verlangenden naar verder onderwijs, dan hij reeds genoten had, -- als eenen vlijtigen naarfpoorer van de gewijde Schriften, en als daardoor, eenen ervarenen Schriftverklaarer geworden. Brandende ijver en gezette naarftigheid,

zoo

" C * ) Oflchoon de gevoelens der hedendaagfche Sabeërs,

of St. Joannes Christenen, zekerlijk vanlaterentijd zijn.

Iets over liun , uit de Reisbefchrijvingen getrokken, zie men in hét Tafereel van Natuur en. Kumt, I. Deel.

Sluiten