Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVEN DER APOSTELEN. 503

[De Gefchiedenis van Jefus, in haaren geheelen afloop ; — de aanvanglijke ontwikkeling van het Goddelijk ontwerp, in de uitftorting der Geestgaven , en de uitbreiding der leere van den verhoogden Mesfia, ook onder de Heidenen , ingevolge de Voorverkondigingen der Profeeten, en — de werkzaamheden en pligten , welke daar uit nu moesten voordvloejen, — zaaken, waarover zij, door Paulus , nader onderricht waren , — deelden zij nu aan Apoilos, wiens gebrek aan kennis hier ontrend zij, uit zijne redenen , rasch befpeurden, met liefde mede. —- Zoo moesten dan ook alle Christenen malkanderen, ja hen zelfs, die aanvanglijk Leeraaren geworden zijn, uit het geen zij zelve geleerd hebben, weder onderwijzen en voordhelpen. Elk behoorde , als Apoilos, gaarn van alle zijne Medechristenen , van eenvoudige Leken zelfs , wel te willen leeren. Alleen moest waanwijze meesterachtigheid van de eene zijde , de eigenliefde aan de andere zijde niet tergend opwekken , en niemand moest iets doen uit ijdele eere. Aquila en zijne Huisvrouwe> __ wier godsdienftige overëenftemming, door ons alhier weder optemerken, hun huwlijk gelukkig maakte, — toonden , hoe verre zij af waren van veele meesters te willen zijn (*), daar zij denLeeraar, wiens kennis zij weuschten te zuiveren, niet openlijk tegenfpraken in de Synagoge, noch hem, wegens zijn minder doorzigt en verfchil

van

(*) Jak. III: 1.

Ii 4

Sluiten