Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KA REL FERDINER. ï»

3e* in den Zoon zeer goed had afgefchètst ; en gy vraagt • wiens Kareltje ? Als de Schildering maar ebedêii indruk op uwe verbeelding 'maakt, dan zal ik deeze Groep zien , eer iiog een Bruiloftefcanger de Toorts van Hymen voor my zal ontdoken hebben !

Tuist zo even was deeze Vader by ons. Ik vroeg hem: wanpeer hy naar u dacht te vertrekken? Hy zou u fchielyk verrasfehen, zei hy. Om te zien, hervatte ik , of zy zich wel vlytïg met het Spinnewiel bezig houd? En ik had haast eene andere bezigheid genoemd, waar in hy ü het lieffle zou zien: want net fchoot my de Groep in. Moet ik u befchryven, hoe? Met tintelende oogen, gloeijende wangen , fpeelend met dit zoete Kareltje, aan den fchoonen ontblooten Boezem. — O! — Maar er moest geen ander kort by Haan, en tusfchen de vingers door het befpieden. Dat voor al met! Wat de jaloezy betreft": ik geloof dat Ferdiner met zeer de proef kan doórftaan: voor al niet tegen Dankwart.

In de daad hy fchynt Tets tegen hem te hebben. Ik héb'dit opgemerkt; maar waar in eigentTyk het misverftand , waar van gy fchryft, beftaat? «ftZie hier myn gefprek met Ferdiner daar over.

„ Hebt gy -Juffrouw Althuizen binnen kort .gezien?" vroeg ik.

„ Neen," antwoordde hy.

Zo veel te erger voor w, dat gy W zo Weinig aan goéde luiden en vrienden laat-gelegen zyn. ttf is hier;geweest.'5

>, Hier? Dat mdet in ftilte geweestT^fn." i

v Daï

Sluiten