Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 GESCHIEDENIS van

gen, noch in hunne gevolgen van eenig belang kunnen weezen. Julie zy de Dochter van myn Oom of niet; 5er volgt echter dadr uit ten mynen aanzien geene de minfte verandering. Zy blyft voer my in alle omftandigheden, zo in haar perfoon als in haare

betrekkingen, volmaakt dezelfde; en echter

zeg my eens, wat was het, dat tay zo ras beheerschte, toen ik weder aan haar begon te denken, na dat ik myn Oom in den wagen geleid had en naar huis gekeerd was?

Na den aart van de aaneenfchakeling der denkbeelden is het my niet moeilyk te begrypen , dat zy weder terug leiden op menige andere omftandigheden van het gefprek, en eindelyk zelfs op de ennnering van myne eigen woorden, waar mede ik bewyzen wilde, dat het myn's Vaders begeerte nimmer heeft kunnen zyn om my van Elize te fcheiden. Maar nog eens, wanneer ik dit alles aan elkander fchakelde en overdacht, zeldzaam waarlyk was het, hoe ik wierdt aangedaan, als gevoelde ik, ik weet niet welke verbindtenis, of overeenftemming, of betrekking tusfehen de eene en de ande. rei En zulks overweldigde my zo fchielyk, dat ik op het oogenblik in myn Komptoir moest, en Wil. lem om den fleutet vroeg, om den lang vergeeten brief (*J nog eenmaal te leezen.

ÈVlem, die denzelven meende verlooren te hebben, prevelde een weinig;zeide, dien aan my reeds terug gegeeven te hebben; zogt al, maar vond hem niet; verzogt eindelyk eenigen tyd om zich te beden-

(*) Ifte Deel lV4e Btief:

Sluiten