Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER. gekend heb. — Mans-trouw! _T Kent gy het, Louife? Kentgy het, Z-o^?" Wat myn Kind?" vroeg ik. Het is een kruid /' antwoordde zy. De kunstnaarn' weet ik niet; in 't Hoogduitse!, heet het gelyk ik zeide, Mans-trouw (*). Kent gy het met i

„Neen," zeide ik; „"ook-heb ik het nimmer

hooren noemen." .

Dat geloof ik," hernam Julie. „ Het is een zeer'zeldzaam kruid, ten minden in onzelandftreek. Het wast gemeenlyk alleen op bergen en hoogten. IK verbeeldde my eens, dat ik het gevonden had, maar ik had my vergist. Zoo het op graf heuvels groeide, dan zouden wy het, geloof ik, op het graf van

Veit vinden. Maar om tot ons vorige gefprek

weder te keeren; Ferdiner,myne Louife, moet u al- ' lerzekerst bemind hebben. O ! Ik wilde om de gantfche waereld niet of hy had u bemind, en echter

geenszins zoo met u Gy begrypt wel, 't geen

ik'niet gaarne herhaalen wil. Maar heb ik u wel begrepen ? "

„ Goede Hemel!" zeide Louife, terwyl zy Julie om den hals viel.

„ Dit is evenwel," vervolgde Julie op een zeer ernstigen toon, „ Zoo ik hoop, niet gebeurd! — Hebt gy u mogelyk in den ongelukkigen tyd uwer ziekte niets ingebeeld, welk waarlyk niet is voorgevallen? Men heeft fomtyds droomen, die, hoe ze. ker men ook weet dat het droomen zyn, echter niet

ligt

(*) In 't Latyn, Eryngium; by ons in 't Nederduitsch, Kruis ■ wortel; ook wel, Endeloos.

V. DEEL. Q

Sluiten