Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER. 239

zqfft, dat nog eene twyffeling my bcfluitloos hield» en dat ik wenschte met den Heer Dankwart te fpreeken. Hy beloofde my aan hem te zullen fchryven. Weder alleen zynde, en de verlegenheid nagaande , in welke my eene mondelinge famenfpraak brengen zou, befloot ik liever te fchryven. De brief was aan den Oom ingericht; maar ik verzogt ook uitdruklyk het antwoord van den Heer Dank. wart. De Oom maakte 'er fpoediger werk van, dan ik gedagt had. Hy zond denzelfden dag den brief naar Grumbuy, en daags daaraan kreeg ik antwoord van Dankwart. Als gy ze beide leezen wilt, zal ik u daarvan een affchrift overzenden. Tot nog heeft het opftellen myner gefchiedenis al mynen

tyd weggenoomen. Het Huwelyk was nu zoo

goed als geflooten. —

Broeder en Zuster kwamen naar Grumbuy te rug, en de fchriklykfte dag van myn leeven, die van

heden> ach 1 die was 'er, en hy is doorge-

Raan 1

Ik weet niet, of het morgen of middag geweest is; want ik weet niet, wat ik gedagt of begonnen heb. Ik was als in een droom, en ontwaakte met den avond, toen myne ridderende hand naast den naam van uwen Neef, ook den ongelukkigen naam van Elize fchreef. — Toen ik hem ter neder zet-

5£ myne waarde, dierbaarfte Augusta, ik kan

u de angst niet befchryven, welke myn hart be-

naauwde!

Myn God, Gy begeert dit offer; als ik uit den famenloop van zoo veele omftandigheden en voorvallen, die alle, alle op het zelfde einde uitloo-

pen,

Sluiten