Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jï6 GESCHIEDENIS vla

„ Naar Koppenhagen."

En van daar ?" „ Weder terug."

» Weder terug? Naar de plaats, daar wy van daan gingen? In een cirkel rond loopen ? In een rad omdraaien? Neen.' ik begin reeds te duizelen, als ik denk om dat gaan en wederkomen. Dat eeuwig heden, welk gister was.' Die ydele, wal-

gelyke, walgelyke herhaaling van het voorige'

Dat herkaauwen.' Neen! om 's Hemels wil

met! Ik moet in eene lange regte lyn voorts ver- ' der, geduurig verder heen!"

„ De lyn heen en de lyn wederom, maakt te lamen genomen" —

„ Een heen en weer. Men kruipt uk eene plaats' uit, en dan weder terug; men ziet 't geen men al gezien heeft; men denkt, gevoelt, herinnert, en lydt geduurig het oude."

,, Het is toch heen en weder eene reis van over de honderd rnylen!"

„ Dat is voor my de dagreis van een flak. Ik moet verder heen \"

„ Ik denk," zeide Eduards al Iagchende, „ dat gy de waereld nog door wilt?"

„ Daar zou ik veel kunnen leeren! Mogelyk ook veel vergeeten; het eene was zoo goed voor my, als het andere."

„ En waarheen eerst ?" vroeg Eduards fchertfende.

„ Waarheen?» hernam Ferdiner, en fcheen zich

te bedenken _ „ Naar de Kaap de Goede

Hoop," zeide hy lagch.en.de.

3* O

Sluiten