Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|2o GESCHIEDENIS van

„ Dat kon zekerlyk we] volgen; maar als ik u m een derde voorzeide , dat geen van beiden plaats heeft?"

% En evenwel beide te gelyk !" ging Ferdiner voort; „ verloofd, en niet verloofd: vry en haar woord gegeeven: koud en warm? — Ja, dan kunt gy nog eens waar zeggen, of gy hebt reeds waar gezegd: want in het hart aan den een verloofd te zyn, en op het hart de beeldtenis van den ander te draagen, is dat niet warm en koud; het woord gegeeven te hebben en vry te zyn; verloofd eD niet verloofd te weezen, zoo als gy het maar begeert ?" ' „ Gy wilt my niet begrypen. Ik fpréek nu niet van 't geen, dat was of heden is; maar van het geen eerlang zyn zal. Men kan Bruid, men kan Vrouw geweest zyn; en van dit geweest zyn fpreek ik. Kortom, myn vriend", voegde 'er Eduards bv, terwyl hy Ferdiner in't oor luisterde, „ ik zie vooruit, dat zy weder vry zyn zal."

Ik verwachtte met eene ongeduldige nieuwsgierighad, wat Ferdiner hier op zou antwoorden ■ maar hoe wierd ik in myne verwachting bedrogen!

Gy propheteert dus, " zeide hy koelzinnig , „ dat zy fpoedig Larner's weduwe zyn zal."

„ En ik denk, dat is eene zekere hoop;" hernam Eduards. ■ v

„ Groote hoop," antwoordde Ferdiner, die een blaadje papier van tafel genomen had, en het famenvouwde. „ Daar is geen twyffel aan ! Want die zich eerst met den een, en dan nog met een ander verlooft, kan, ja, kan en zal ook waarfchyn. lyk, zoo wel de vrouw van den tweeden en derden,

Sluiten