Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAREL FERDINER. m

den , als van den eerften worden. Waarom niet ? Maar wat raakt het my, wat een derde te hoopen heeft?"

Geen derde, lieve vriend; geen ander, dan gy ullccn»*'

„ Gy dwaalt, myn vriend, gy vergist u zeer!" , Hoe zoo?" vroeg Eduards, terwyl hy my met een opflag van zyn oog herinnerde 't geen hy my te vooren gezegd had.

' ü j3ruid Vrouw — Weduwe: of Weduwe,

Vrouw, Bruid; ik mag het keeren en wenden hoe ik wil, het is altoos het zelfde; het is altoos de eigendom van een ander; tegenwoordig of geweest: en daar ftaat gefchreeven : Gy zult niet begeeren uwes naasten Weduwe." ; „ Wyf, wilt gy zeggen, niet Weduwe!''

Nu! eerst Vrouw , dan Weduwe : het eene niet zonder het ander. Het is alles een en het zelf-

de! Neen, ik voor my" hier fcheurde hy een

Ruk van het papier, en wierp by ieder woord een

Rukje op den grond „ ik voor my heb niets,

niets hoe genaamd aan deeze hoop!"

„ Wy zullen dit dan vooreerst ter zyde Rellen," voer Eduards voort, terwyl hy my weder aanzag: „ maar, indien ik u zeide, dat Elize u wenscht te lpreeken?"

„ Zoo! moest ik haar naar het trouw-bankje geleiden?" zeide Ferdiner.

„ Dat juist zoo fpoedig niet!" antwoordde Eduards.

' „ Ook moest ik myn rouw-kleed eerst verfleeten hebben; dat zou haar te lang duuren; want de BruiLi 5 den

Sluiten