Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij verachting en laster. 23

de opvoeding der jeugd, en verwacht een grooter burgerlijk aanzien, ten einde voor den Staat meer goeds te kunnen verrichten. „ Vergenoeg ü", zal men zeggen, „met uwe verachting! God ftaa U bij! Gij moest toch buitendien niet naar iedele eer trachten! (Zoo fchoon weet men iemand, die de billijkfte aanfpraaken heeft, aftezetten!) Hetfpijt mij; maar zo lang de Staat het niet begrijpt, of begrijpen wil, dat het voor hem zeiven het voordeeligfte zij, uwenftand een grooter aanzien en meerder inkomften te verfchaffen, zoo lang moet gij onverdiende verachting grootmoedig leeren verdragen, en U geduldig aan uw lot onderwerpen". Hoe menig verdienstlijk , rechtfchapen Staatsman krijgt verachting ten loon! Hoe menig braaf Geleerde wordt met ondankbaarheid behandeld ! Hoe menig vaderlandlievendBurger vervolgd en onderdrukt! En hoe menig ieverig Prediker van het Evangelie uitgelagchen en befpot! Zelfs de beste onder de menfchen klaagt, dat een propheet in zijn vaderland niet ge - eerd is; en dit bevestigt ook de gefchiedenisvaneenen Hume, Tasso, Büttler, Rousseau, en verfcheide andere geleerden.

Hoe veele eer wordt, daarentegen, het Kind eens aanzienlijken, reeds in zijne wieg, bewe* B 4 zen!

Sluiten