is toegevoegd aan uw favorieten.

Grootheid van ziel en standvastigheid in tegenspoed

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• Ir têgénspóè fi. ii§

wenfchen vervuld zien: én wanneer wij al ons Iigchaam aan het gebruik der fmartlijkfté geneesmiddelen onderworpen hebben, dan gevoelen wij dikwijls nog geene verlichting, maar moeten ons leeven, onder groote ongemakken, zien heenenfnellen , tot dat de dood aan ons lijden een einde maakt. Of, wij bezitten van natuurë een zwak Iigchaam ; zijn aan zenuwziekten; krachtloosheid en andere kwaaien on» derworpen \ en moeten evenwel ons dagelijks beroep waarnemen, als of wij volkomen gezond waren, óf gedoogen, dat men het aan onze Onwilligheid toefchrijve ^ 't geen ons Iigchaam met geene mooglijkheid kah verrichten. Nu berooft ons een dief, dan een bedrieger, eerlang een eerloöze fchuldenaar , een fober inkomen * brand of eenig ander ongeluk 3 op eenmaal s óf allengkens, van al ons vermogen, en plaatst ons in den droevigen toefland, om niet flechts de gerpijkhedeh , maar zelfs de noodzaaklijkheden, dezës leevens te moeten derven, en ons en de onzen ih knellende armoede agterlaten. Eng o! hoe hard is het, te hongeren, en geen brood te hebben; ziek èê zijn , en alle hulp te ontbeeren; te bidden, en niets te ontvangen; te wilferi arbeiden 3 en 'er geene gelegenheid toe te" H é heb*