Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C te )

ti gebracht; — Ik heb langen tijd te vergeefsch „ rust gezocht —■ — en zo als ik nu ben, kan w ik dezelve niet vinden. — Zij is niet daer, waer „ ik ze zocht. Ik ben bedrogen; Ik ben ellendig; „ mijne eigenliefde,mijn weerelds - gezindheid, mijn a hoogmoed, mijn gehechtheid aen het uitwendige, „ mijn wellustigheid, mijn oplopenheid, mijne „ traegheid , mijn eigenliefde , mijne valschheid, mijn bedrieglijke aert, mijn lasterzucht — mijne „driften, mijne harstochten hebben mij ellendig „ gemaekt. Ik kan, en weet mij zeiven niet meer „ te helpen. Het voorledene bekommerd mij; het „ toekomende benaeuwd mij; de zonden, welke „ ik bedreven heb, de zonden, welke ik, zo lang „ mijn hart niet veranderd wordt, zekerlijk gedurig „ bedrijven zal, — deze liggen mij, als een on„ draegbjke last, op het hart. — Ik begéer zeer „ zelden goed te doen, en wanneer ik het dan nog „ begeeren zou te doen, zo doe ik het evenwel „nog niet, maer integendeel het kwaed, hetgeen „ ik wenschte te vermijden, dat doe ik," 'Er is een wet in mijne leden, welke ftrijdt voert tegen de wet van mijn gemoed, welke tegen mijn verftand ftrijdt. — ê Ik ellendig mensch l wie zal mij verlos fen uit het lichaem dezes doods ? —- Ziet daer, Mijne Broeders en Zusters! de rechte gemoedsgesteldheid van eenen gceftlijk kranken, van zulk

eenen,

Sluiten