Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een monjler — uit gierigheid. ij

in haare geheele kracht; — in zulke oogenblilcken handelt de mensen gelyk een raazende, bloot naar den inwendigen aandrift van zyn dierlyk werktuig, dat is, in geenen deele meer zedelyk vry. — Rutgerodt greep thans plotsling eene voor het vengüer ftaande byl, gaf de vrouw daar mede twee vreeslyke flagen, zo dat zy voor over in het bed viel, en toen zy zich weder oprichten wilde, nog eenen flag, die haar ten vollen het leven henam, en waar by zy, met bloed bedekt, uit het bed Hortte. Rutgerodt verhaalde alle deeze omftandigheden in het verhoor zo koelzinnig en met zulk eene onverfchüligheid, als of 'er aliéén gefprooken werd van een geflacht dier.

Nu was de yslyke daad voibragt, en het kwam 'er nog maar op aan om het doode lighaam voor het krieken van den dag, en alvoorens de meid opftond, die voor het overige van de geheele zaak niets gemerkt had, op eene gefchikte wyze te ver« bergen. Ook dit verrichtte de booswicht met de hem gewoone koelhartige tegenwoordigheid van geest. Hy hing ten dien einde zyne moordlamp op boven den kelder, nam het lyk onder zyne armen en fleepte het, na dat hy eerst het kind, dat by het vermoorden van de moeder was ontwaakt en thans fchreide, tot ftilte gebragt had, in den kelder, liep toen eerst weêr naar boven, en verborg het bebloede beddegoed van zyne vrouw achter de zoldertrap, ging daar op weêr in den kelder, maakte eenen kuil en begroef het lighaam geheel B 5 naakt,

Sluiten