Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3* J. EL J. Rutgerodt.

vond men weldra den moordenaar zelveh, in den keider van zynen buurman, van waar hy aan de ftadswacht, en vervolgens op het raadhuis werd overgeleeverd.

Men leert deezen feoudbloedigen booswicht maar half kennen ■, wanneer men niet tevens met zyn ten uiterften zonderling gedrag in de gevangenis; met de hier getoonde verftoktheid van zyn characler, met de boos'aartige moedwilligheid, waar mede hy den predikant en de rechters plaagde; met de nimmer gehoorde onverfchilligheid, waar mede hy dikwerf van zyne euVeldaaden fprak; met de veelvuldige ongehoorde proeven, die hy nam, om zich zeiven in de gevangenis het leven te beneemen of te ontvluchten; met zyne list, ten einde de wachters te bedriegen ; met zyne verbaazende gierigheid , die hy zelfs nog in zyne keetehen en banden , ja kort voor zyne ter dood brenging, aan den dag leide; met zyne voortduurende, ontmenschte verftokking, by alle moeite, die men zich gaf, om zyne denkbeelden tot de andere wereld heenen te leiden, kortom met zyne dikwerf ten uiterften zonderlinge, voor den zielkundigen niet ongewichtige handelingen, als gevangene, bekend is. Laaten wy ons uit dien hoofde nog eenigen tyd met dit buiten» gewoone mensch ophouden.

Thands had zich een yslyk en tevens aandoenlyk tooneel moeteh openen, indien rutgerodt niet een hart had bezeten, zo hard als een fteenrots, — op het oogenblik naamlyk, toen men hem op eens by het doode lyk bragt van zyne vermoorde

vrouw,

Sluiten