Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Qbho Waarheid van den

'dood, maar ook de vrees voor eene ftraffende Godheid. Deze zelfde vrees pleegt zig in 't gemeen bij hem te verheffen , als hij den dood ziet naderen. Het begrip van de onflerfiijkheid der ziel wordt-ook onderhouden, door eene niet volkomen te bedwingen vrees, welke menheeft voor de verfchijning van afgefcheidene zielen; deze tog vindt men bij alle volken, en heeft de menigvuldige fprookjes van fpooken voortgebragt. Hier bijverdient te worden opgemerkt, dat geen indruk van vreesverwekkende zaken, welke van moeders en voedfters in de gemoederen van jonge kinderen gebragt wordt, zulk een plaats in de zielen grijpt, als de indruk van ftraffen en belooningen in het toekomftig Ie, ven, en van de daar uit afgeleide pligten. Hoe véle kinderen worden , door voedstervrouwen, bevreesd gemaakt voor den fchoorfteenveger. voor het geweer van een foldaat, en door vertellingen van tooverhekfen ? welke vrees egter, bij rijper jaren, ligtlijk overwonnen wordt. Hoe zeer wierden onze voorvaderen doorliet vagevuur verfchrikt? en vele millioenen verloren egter ras alle vrees voor hetzelve, toen Luther j en andere geleerden , hen, door den Bijbel, tot beter inzien bragten. Maar de vrees voor God,

voor

Sluiten