Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

OVER DE GODHEID

de zuivere hoedanigheden van eenen Geest, maar zelfs menfchelijke gewaarwordingen en leden toekent: maar zij verdaan de wijsgeerte der gewijde fchriften niet, welken , door zulke beelden, den gemeenen Man niet flegts tot eene welgegronde , maar ook tot eene leevendige en werkdaadige kennis van God opleidt. Immers of fchoon ik gaarne tostem, dat de zuivere, ' van alle beelden verwijderde taal des wijsgeers, in welke hij zijne afgetrokkene denkbeelden van het wezen aller wezens voortelt, zeer verheven en edelis, zoo is en blijft zij egter onverftaanbaar voor het grootte deel des menfchelijken geflagts, en heeft geenzins die kracht, welke zinnelijke voortellingen hebben , om onzigtbaare zaaken in beelden in te kleeden en dezelven aan het oog des ver. Hands zigtbaar voortetellen. Het mag meer wijsgeerig klinken, wanneer men eenigzins dus fpreekt, het zelfflandige wezen heeft de duidelijkte voortelling van alle daadelijk zijnde en mogelijke dingen; — heeft in deszelfs werken de beste oogmerken, en de beste middelen ; - is geneigd , om aan elk fchepzel die volmaakt* heden mede te deelen, voor welken het vatbaar is, maar ook de gewoonte, om met booze daaden kwaade gevoK gen te doen vergezeld gaan, dit alles mag zeer wijsgeer rig van God gefproken, en geredenkaveld zijn: maar zullen deze voortellingen ook aan het verftand van den gemeenen man duidelijk zijn? Zullen zij krachtig genoeg zijn, om het menfchelijk hart te treffen en te roeren? Wanneer integendeel de Bjjbel dus fpreokt: Heer! gij doorgrondt en kent mij; gij omringt mijn gaarn en mijn liggen; er is geen woord op mijne tong, dat gij niet weet; — gij hebt de Aarde met wijsheid gegrond, en den Hemel voor u, tot eene woonhig uitge,-

fpan.

Sluiten