is toegevoegd aan je favorieten.

Over de godheid van Jesus Christus, beide voor geloovigen en twyfelaaren.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

. 76 VERDEDIGING DER

de eenige Godheid, een zij„ zou, die Vader, en ee« ander, die Zoon is.

Dan, offchoon deze leer den natuurlijken Menfche eene dwaasheid fchijnt te zijn, kan dezelve egter evenwel, zal zij waarlijk van redenlijke fchepzelèn geleofd worden, met geene vastgeftelde algemeene hoofdwaarheid der Reden waarlijk ftrijden. De ftelling dat hetzelfde iets, niet te gelijk dit, en iets anders'zijn kan, - dat een Mensch geen God, en God geen Mensch kan zijn, _ dat een Vierhoek niet rond, en een Cirkel geen Vierhoek is, is eene waarheid die te grondftag.is van het menfchelijk verftand. Eene Godsdienst, welke deze eeuwige waarheid zou.willen omftooten, zouden Mensch van zijne reden berooven, en deszelfs eigene Godlijkheid niet bewijzen kunnen. Immers op welken grond bouwden de eerfte Leeraars van het Christendom het getuigenis der waarheid? Was het niet op deze ftel, ling: het gene wij met onze co gen gezien hebben, het gene onze handen getast hebben, dat weeten wij, dat getuigen wij, daar op keven, en fterven wij: (*) Christus is opgeftaan, deshalven is Hij die gene, voor welken Hij zich uitgaf, de Zoon vaii God? Godsdienst en Wijsgeerte, de geheele Reden, rusten op dezen regel: Wat dit is, is niet tegelijk het tegendeel.

Maar nu! indien iemand bewijzen konde, dat de Leer van eenen drieéénigen God, tegens deze eeuwige waarheid inloopt, of dat deze tegens zich zelve ftrijdt! Zou deze Vijand van jesus Godheid dan niet genoeg gewonnen hebben? Zou dan niet, daar uit, volgen, dat alle die

%